Tijdens hun middelbareschooltijd delen makers en spelers Renée de Graaff, Bitha Babazadeh en Evalinde Lammers de wens om samen een theatercollectief te beginnen. Na hun studies aan verschillende toneelscholen komt die wens met toevoeging van maker, speler en componist Wieke van Rosmalen in vervulling. Deze zomer gaan zij binnen het talentontwikkelingstraject Orkater/ De Nieuwkomers als PATROON in première met hun debuutvoorstelling Geschiedenis van een ongeluk.
‘We begonnen met het plan een geschiedenis van geluk te maken’, vertelt Evalinde. ‘Hoe is het gekomen dat vandaag de dag geluk het ultieme doel is in ons leven? Wat is dat geluk dan precies? En is het iets dat je zelf onder controle hebt of is het je gegeven?’
‘In onze maakbare samenleving is geluk het zoveelste wat we proberen te controleren, vult Wieke aan. ‘Qua vorm wilden we dus graag iets doen met het gegeven van een therapiesessie en met de therapietaal die we allemaal spreken.’
Bitha: ‘Die vorm van een therapiesessie kwam ook voort uit de behoefte iets te maken vanuit een soort echtheid of oprechtheid. Tussen alle ruis door een écht gesprek. Kan dat in het theater of is dat te privé?’
‘Eerst was ons idee van een therapiesessie dus ook nog alleen maar iets moois, dat je even naar jezelf kijkt en aan jezelf werkt’, vervolgt Evalinde. ‘Maar hoe langer we hier mee bezig waren, hoe meer we erachter kwamen dat dit ook iets zegt over onze samenleving. Dat het vreemd is dat we allemaal in ons eentje bij een therapeut onze eigen problemen proberen op te lossen en minder in verbinding staan met de mensen om ons heen. Dat we onze pijn niet laten zien aan elkaar, omdat je die ergens anders al oplost.’
Renée: ‘Er bestaat een telefoonlijn die je kan bellen als je behoefte hebt aan een luisterend oor. Het enige wat zij daar doen is luisteren. De laatste jaren is de vraag enorm gegroeid en zijn er voortdurend wachtrijen. Blijkbaar zijn er dus steeds meer mensen die niet anders kunnen dan naar een wildvreemde bellen om over hun problemen te praten. Daar wilden we graag iets mee doen.’
Alles in de fik
‘In de voorstelling zien we een vrouw op oudejaarsavond die op het punt staat haar huis in de fik te steken’, vervolgt Renée. ‘Wat volgt is een telefoongesprek tussen haar en een vrijwilliger van die telefoonlijn. Gedurende dat gesprek zien we de verhalen en herinneringen van de vrouw voorbijkomen en voelen we waar haar verlangen vandaan komt. Want er moet iets veranderen. Op deze manier lukt het niet langer.’
Evalinde: ‘Daarmee is het thema doorontwikkeld naar de vraag of die enorme focus op geluk niet zelf een bron van pijn en ongeluk is geworden.’ ‘En of we nog wel naar elkaar kunnen luisteren in onze gecontroleerde en strak geplande levens’, vult Bitha aan. ‘Als eerst alles goed moet gaan voordat je in contact kan staan met de ander, sta je dan wel echt in contact met jezelf, de mensen om je heen en de wereld?’
‘De lijn met mensen die we verward of gek noemen is heel dun’, vervolgt Evalinde. ‘Er komen steeds meer verwarde mensen op straat terecht. Ik denk dat dat is omdat het steeds minder mensen lukt om mee te doen in deze mallemolen en dat het daarom met steeds minder mensen goed gaat. Maar deze mensen gek of verward noemen is ook een makkelijke manier om het probleem af te schuiven. Dan hoef je namelijk ook niet meer te vragen of het wel goed gaat met die vrouw die je elke dag door je straat hetzelfde rondje ziet lopen.’
Menselijke stemmen
Vanuit hun inhoudelijke gesprekken samen schreef Evalinde vervolgens de tekst voor de voorstelling: ‘Ik denk dat het een absurdistische tekst is geworden met een hele menselijke kern. De eerste inspiratiebron waar ik naartoe ging was natuurlijk La Voix humaine van Cocteau, omdat dat toneelstuk ook een telefoongesprek is. Maar in dat stuk hoor je maar één kant van de lijn. Ons gaat het juist om de dialoog.’
‘Waar ik het meeste aan heb gehad tijdens het schrijfproces zijn de films van Agnes Varda. Die vormden echt een bevrijding voor me, waardoor het ging stromen. Haar films hebben een soort onbenoemde gelaagdheid, waardoor je voelt dat alles – hoe willekeurig ook – toch uit eenzelfde kern komt en tegelijkertijd openblijft voor meerdere interpretaties.’
‘Daarnaast was Het gore lef van Sarah Arnolds een belangrijke inspiratie. Dat is een bundel korte verhalen met liegen als belangrijkste thema. Maar niet zozeer liegen in de zin van een leugentje vertellen. Het is een verborgener liegen. Het soort liegen dat we allemaal heel de dag doen door de dingen hoog te houden. Het is die leugen die ons personage uiteindelijk opbreekt.’
Terwijl Evalinde de tekst schreef, werkte Wieke aan de muziek voor de voorstelling: ‘Muzikaal zijn er eigenlijk twee lijnen. Er is de meldkamer van de telefoonlijn uit de voorstelling waar de medewerkers verschillende stukken zingen. Die muziek vanuit daar bestaat voornamelijk uit stem en synthesizer. De andere lijn is die van het vuur, die met analoge instrumenten wordt opgebouwd. We horen klarinet, saxofoon en een balafoon. Dat is een West-Afrikaans slaginstrument. Die twee muzikale lijnen lopen lange tijd langs elkaar heen en komen op het einde samen.’
‘Ik heb denk ik een hele eigen stijl, maar mijn muzikale inspiraties zijn Marina Herlop, Eefje de Visser en Froukje, omdat muziek en tekst bij mij heel erg samengaan, maar ook Steve Reich en Philip Glass. Die laatste twee componisten vooral door hoe ze met ritmes en structuren omgaan. Ik houd heel erg van puzzelen in mijn composities. En dat er een soort hypnotiserende cadans ontstaat. Soms moet je nog even kauwen op wat je hoort of even geduld hebben voor er melodie in komt. Juist in het theater past dat goed.’
Oudjaar in juni
‘We gaan in Oerol op première’, vertelt Renée. ‘We spelen overdag, waar we midden in een bos de sporen zien van de stad waar onze oudejaarsnacht zich afspeelt (scenografie Hester Jolink). In dat beeld botst het natuurlijke en de vrijheid van het bos tegenover het kille en eenzame van de gemaakte stad. Een tegenstelling waar ons personage uit probeert te breken.’
‘Voor de kostuums werkt Lisanne Bovée vanuit dezelfde ideeën, maar zij kijkt heel erg naar wat bepaalde stoffen en materialen oproepen. Het materiaal zelf moet dus aan onze situatie en thematiek refereren. Glitters, dat feestelijke, dat roept niet alleen een associatie op met een oud en nieuwfeest. Dat materiaal zelf zegt ook iets over de dingen mooier voordoen dan ze zijn, over de boel hooghouden.’
‘Daarnaast zijn we heel blij dat Maria Kraakman de eindregie doet’, zegt Bitha. ‘Dit is onze eerste voorstelling dus we zijn onze eigen handtekening nog aan het ontdekken. Hoe we met elkaar willen werken, hoe we tot vormen komen en wat onze onderwerpen zijn. Bij Maria hadden we meteen het gevoel dat ze ons hierin goed kan ondersteunen, naast haar eigen smaak en stijl.’ ‘En Maria heeft heel veel humor’, vult Evalinde aan. ‘Dus zij weet ook de juiste lichtheid aan de tragiek te geven.’
Een andere wereld
Renée: ‘Ik zou het mooi vinden als je door deze voorstelling zelf ook de drang voelt om wat vaker je masker te laten vallen en dat het falen er ook mag zijn.’ ‘Ja, het besef dat niet alles wat niet mooi is weg moet’, vult Bitha aan. ‘Dat lelijkheid mag bestaan. Dat je het niet altijd met elkaar eens hoeft te zijn. Dat we ons niet altijd aan beleefdheidsvormen en sociale afspraken hoeven te houden, maar dat je die ook los mag laten. Dat we onszelf en de wereld die we hebben bedacht niet te serieus nemen.’
Wieke: ‘Ik denk dat we iets proberen te belichamen wat veel mensen op dit moment voelen, zeker ook van onze generatie. Dat sentiment van ‘Wat is er aan de hand en wat zijn we aan het doen met z’n allen?’ Ik hoop dat veel mensen zich herkennen in de worsteling van ons personage. En dat we daarmee ook laten zien dat je helemaal niet zo gek hoeft te zijn om je huis in de fik te steken.’
‘Ik hoop ook dat je een diepte voelt die het gevoel van ‘zo gaat het nu eenmaal’ even doorbreekt, waardoor je daar in je eigen leven ook even bij stil staat. De dingen hoeven niet te gaan zoals ze gaan. We zijn sterk genoeg om ze te veranderen. Maar dan moeten we eerst eerlijk durven zijn naar elkaar over hoe we ons echt voelen’, aldus Evalinde.