25-06-2007

“Het stuk lijkt een visueel en auditief gedicht over de mogelijkheden en beperkingen van het lichaam. De spelers vullen elkaar prachtig aan. Met haar rebellerende ledematen brengt Marks een vlinderachtige breekbaarheid in het spel. En vangt Van der Laan haar vallende gebaren, dan is hij, licht ironisch, de kalme kracht. Er zit een zeker mysterie in Koud Meisje. Tegelijkertijd is het stuk ook weer zo herkenbaar, zo lachwekkend, dat het allesbehalve zweverig is." 

{/exp:ce_cache:it}