- Frank Siera

“Als Nieuwkomer bij Orkater mogen maken wat je in je hoofd hebt, dat is meer dan goud. Dat is een diamanten ervaring.” De nieuwste nieuwkomers van Orkater zijn Simme Wouters en Jasper Stoop en zij maken de voorstelling De Dingen Die Begraven Liggen. Frank Siera gaat in gesprek met het hele team, inclusief begeleiders, over de voorstelling en wat het betekent Nieuwkomers te zijn bij Orkater.

Jasper, één van de makers en spelers, vertelt: “Simme en ik zaten bij elkaar op de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie, daar speelden we in verschillende voorstellingen samen. Eén daarvan was bijvoorbeeld Risjaar Modderfokker den Derde, gebaseerd op Richard III van Shakespeare. Dat klikte goed. We hadden niet gelijk specifieke ideeën voor nieuwe voorstellingen, maar..” Simme haakt in: “We wisten geloof ik vooral dat we samen wilden pitchen voor de Nieuwkomers bij Orkater.”

“Toen ik 15 was zag ik voor het eerst een Orkatervoorstelling,” licht Jasper toe. “Dat was toevallig Richard III van Shakespeare. Ik had nog nooit zoiets gezien. De samenkomst van taal en muziek, het chaotische decor in de grote zaal van de Stadsschouwburg, de muziek van Tom Waits – ik was enorm onder de indruk.”

“We zijn allebei melancholische persoonlijkheden met grote existentiële vragen. Dat heeft ons naar elkaar toegetrokken en is altijd een vertrekpunt voor wat we willen maken: wat doet pijn, wat vinden we mooi?” Simme: “Ook voor de rollen die we spelen: als ik een superschurk als Richard de Derde speel, ga ik op zoek naar waar zijn pijn zit.” “Ja,” vult Jasper aan, “het is fascinerend hoe mensen de bal hooghouden terwijl ze een poging doen.”

“Die poging deden we zelf ook toen we een plan pitchten bij Orkater. We zochten naar een verhaal over zoekende mensen.” Toen Simme een cartoon in de krant vond viel alles op zijn plek: “Een ridder zoekt op het strand naar zijn zwaard, maar vindt door het geluid van een piep een man met een metaaldetector onder het zand. Die situatie riep gelijk zoveel vragen op: waarom zit die man in het zand? Wat is een ridder zonder zwaard? Welk verhaal gaat eraan vooraf?”

Simme: “Dit is gelijk de openingsscène van de voorstelling. Ze komen tot een deal: als de detectorman, die het zoeken heeft opgegeven, de ridder helpt zijn zwaard te zoeken, steekt de ridder hem met zijn zwaard neer. Dan start de zoektocht. Deze scène hebben we uitgeschreven, gerepeteerd en gepitcht bij Orkater. Daar vroeg men natuurlijk naar het einde, maar we zeiden eerlijk dat we dat nog niet wisten.” Jasper biecht op: “We hadden zelfs een lijstje van wat we wel en niet wisten. Ik merk soms dat ik uit onzekerheid dingen wil vastleggen, terwijl dat indruist tegen wat we maken. Het is goed om tijdens het maken ook te blijven zoeken en niet snel tevreden te zijn, dan kom je tot het mooiste resultaat.” Simme: “Wat we al wel wisten, was de komst van een derde personage.”

“Dat derde personage speel ik,” vertelt Jurjen Zeelen. “Ik zat ook bij Jasper en Simme op school en toen ze mij erbij vroegen, ben ik gaan meedenken over dit karakter. Een bureaucraat, die de sprookjesachtige wereld komt verstoren door te vragen of ze wel een vergunning hebben voor wat ze doen.” Simme vertelt over de inspiratiebron: “We zochten naar de minst zoekende mens. Eerst dachten we aan een ‘young entrepeneur’, wiens leven vooral om geld draait. Onze antagonist werd uiteindelijk een bureaucraat die volgens regels en protocollen leeft en werkt voor een onbekende baas. Zo krijgt de situatie iets Kafkaësks.” Jurjen: “De drie personages lijken misschien heel verschillend, maar ze lopen alledrie aan tegen wat voor hen zekerheid is. Voor iedereen wordt dat ergens in het stuk doorbroken.” Jasper: “Jurjen heeft een eigen, absurde speelstijl die goed bij het universum past. Een feest.”

“Wij houden allemaal van taal en muziek. Wat je daarmee kunt is magisch,” vertelt Simme. “Het is tegelijkertijd misschien ook wel het moeilijkste dat er is,” zegt Floor Houwink ten Cate hardop denkend, die bij deze voorstelling de eindregie voor haar rekening neemt. “De aloude, terugkerende vraag in muziektheater is hoe je vanuit een personage met tekst naar je instrument loopt en of je als muzikant of band dan in of uit ‘character’ bent, of zelfs weer een hele andere spellaag aanboort. We spreken veel over de samenkomst van tekst en muziek. Wanneer is iets muziektheater? Ook weer zo’n oeroude vraag. Wat mij betreft kom je al in de regionen als de muziek meer is dan sferisch of ondersteunend maar vooral noodzakelijk. Noodzakelijk voor het personage, voor de speler, voor het vertellen van de scène. Er zijn theatermakers die ergens een soundscape onder knallen en het dan muziektheater noemen, maar daar ben ik het niet mee eens. Het moet wel onderdeel van het verhaal uitmaken. Tegelijkertijd vind ik dat we minder moeten classificeren. Het maakt niet uit of iets opera, musical of muziektheater is. Het gaat erom wat iets communiceert.”

Floor: “Tekst en muziek in deze voorstelling zijn behoorlijk complementair aan elkaar. De personages spreken over concrete zaken die ze zijn kwijtgeraakt, terwijl de muziek op een gevoelsmatiger level iets vertelt en hun ware aard laat horen.” Jasper: “De muziek moest een soort hartenkreet worden. Ons eerste uitgangspunt was fado, misschien wel hét hartenkreet-genre.” Simme: “De uiteindelijke muziek heeft een soortgelijk DNA als fado, maar is nu vooral ritmisch met dromerige, melodische lange klanken en koortjes geworden. Jasper lacht: “Wilko noemt het fado meets Radiohead meets Snarky Puppy.”

Wilko Sterke begeleidt de makers op muzikaal gebied. Hij vertelt over zijn betrokkenheid bij De Dingen Die Begraven Liggen: “Ik ben muziekdocent op de Toneelschool in Amsterdam en heb Simme en Jasper allebei in de klas gehad. Vanaf jaar één vond ik ze al bijzonder getalenteerd. We hadden al snel een soort klik als jongens die niet zo goed weten wat ze met het leven precies aanmoeten. Ze vroegen me mee te denken over het inhoudelijke muzikale concept van hun pitch, dus ik was al vroeg betrokken.”

“De emotionele drive van de voorstelling komt in de muziek naar voren. Alles wat met longen wordt aangestuurd, noemen we ‘hartenkreetwapens’: de bügel, de stem. Andere instrumenten zoals de gitaar en piano zijn meer sferische instrumenten, die het landschap, het verdwalen of het verstrijken van de tijd weergeven. De tekst vertelt over ‘rondjes lopen’, dat doen ook muzikaal door te ‘loopen’, het herhalen van fragmenten, echo’s, galm, ‘delay’. We hebben zelfs een systeem waarbij we muzikale lijnen langer kunnen laten klinken, dat noemen we ‘the cloud’. Daar krijgt de muziek een theatrale functie.”

Simme en Jasper vertellen: “Nog voor de repetities begonnen hebben we één losse muziekweek gehad, waarin schetsen zijn ontstaan van wat de muziek uiteindelijk is geworden. Alles is ontstaan vanuit improvisaties: hoe klinkt wanhopig zoeken, kwijtraken of ontspannen op pad gaan? We zingen alledrie, soms koorstukken. Het personage van Jasper, de ridder, komt uit de Middeleeuwen en zingt in een zelfbedachte, Portugees-achtige taal.”

“De ridder gaat er uitzien zoals we ons een ridder voorstellen,” een tipje van de sluier van Lisanne Bovée. “Als kostuumontwerper wil ik de karakters uitvergroten: de archetypische waarde van de personages komt op een schetsmatige, uitvergrote manier naar voren zonder al te realistisch te worden.” Lisanne is verantwoordelijk voor de vormgeving van de voorstelling en was ook al betrokken vanaf de pitch. “Doordat alles zelf bedacht en geschreven wordt, voelt het alsof we samen een trap bewandelen. Aan de andere kant is het proces daardoor meer een zoektocht, maar dat maakt deze samenwerking juist leuk. De repetities beïnvloeden het kostuumontwerp en vice versa. Zelf zoek ik vanuit mijn rol wat voor verschillende functies materiaal kan krijgen. Het harnas wordt bijvoorbeeld van kant, dat eerder is gebruikt als stoelbekleding. Er is al een leven aan voorafgegaan en zo komt er meer gelaagdheid in de kostuums.”

De meeste repetitiedagen werken Simme, Jasper en Jurjen met zijn drieën. Sommige dagen komen Lisanne, Floor of Wilko langs. Floor vertelt hierover: “Als eindregisseur vind het belangrijk dat ze vooral zelf veel maken en met voorstellen komen, die we dan samen weer kunnen verbeteren op de momenten dat ik er ben. Dat intensiveert richting de montage, aan het eind ben ik er fulltime bij. Dan kunnen ze het ‘maken’ loslaten en focussen op het spelen. Het verschil tussen regie en eindregie is wat mij betreft dat ik nu zo goed mogelijk afmaak en theatraal versterk wat zij hebben voorgesteld; wat erin zit moet eruit. Ik voel me heel verbonden, maar op een ondersteunende manier.” Wilko vult aan: “De uitdaging is de balans te vinden tussen begeleider en medemaker. Juist omdat ik al zo vroeg betrokken was pak ik soms toch opeens een basgitaar en speel ik een baslijntje.”

Jasper is enthousiast over dit proces: “Als jonge honden is het een ongekende luxe zo begeleid te worden. Tegelijkertijd is het geweldig die begeleiding ook weer los te kunnen laten en echt te kunnen maken wat wij willen maken.” Simme, instemmend: “De vrijheid en het bijna intuïtieve vertrouwen van Orkater is zeldzaam.”

Die zeldzaamheid onderstreept Saskia Tilanus, programmeur bij Stadsschouwburg Utrecht. “Vers bloed vinden in een zee van jonge makers is niet altijd makkelijk. Orkater neemt een belangrijke rol in door jonge makers te ondersteunen met alle middelen die ze hebben. Er is veel talent, maar niet altijd de middelen of contacten voor een goede tournee. Orkater biedt een gespreid bedje en dat is te gek.” Saskia is met de SSBU alliantiepartner van de Nieuwkomers. “We programmeren altijd de voorstellingen van de Nieuwkomers. Die voorstellingen hebben een verrassende jonge-honden-energie. Ik was bij de pitch van Simme en Jasper en die was ontwapenend en ontroerend. Orkater levert al jaren muziektheater van hoge kwaliteit en de voorstellingen van de Nieuwkomers hebben soms een gewaagd punkgehalte, een soort quirkiness die ergens anders niet altijd boven zou komen drijven. Door Orkater durf ik dat risico te nemen.”

Wilko: “Floor en ik zijn allebei ook Nieuwkomer geweest, ik denk er nu vaak aan terug. Ik voel me soms best een ouwe lul. Het is dankbaar om erbij te mogen zijn: wat wij zeggen wordt soms gulzig gedronken, soms zijn ze het er niet mee eens. Een vruchtbaar proces.” Floor vertelt over haar eigen ervaring: “Nieuwkomer zijn was voor mij heel bepalend: het hielp me bij het vinden van mijn eigen rol binnen een project. Het heeft bevestigd dat ik nooit meer iets anders wil maken dan muziektheater.” “Als muzikant en componist zie ik mezelf als theatermaker,” vertelt Wilko. “Ik heb ook in bandjes gespeeld, maar dan mis ik toch de betekenis van de muziek. Ik snap muziek beter als het iets vertelt ten opzichte van een verhaal.”

De drie spelers vertellen over de muzikaliteit van de voorstelling. Simme: “We benaderen de tekst als muziek. Hier aansluiten, daar vertragen, soms een beat laten vallen.” Jurjen: “De basis is stilte, dus zolang we weten dat we niet teveel hoeven te doen, komt het goed.” Jasper: “Iedere dag zijn Simme en ik er allebei eerder om muzikale dingen te oefenen. Daarna werken we gericht aan een deel van de voorstelling. Op vrijdag spelen we het hele deel met Floor erbij.”

Floor is enthousiast over De Dingen Die Begraven Liggen en de makers. “Het mooie aan deze voorstelling, het proces en het team vind ik de kwetsbaarheid van het onderwerp en hoe we daar allemaal mee omgaan. Iedereen is ooit wel eens iets of iemand verloren. Deze voorstelling gaat daar op een integere manier over. Niet persé een gemakkelijk onderwerp, maar dat is juist goed. Zonder humor te verliezen, dat is knap.” Wilko: “Je voelt in de voorstelling de onmacht van het leven en dat kan volgens mij heel helend zijn.”

Simme en Jasper spreken hun hoop uit: “We hopen dat de liefde die wij voelen voor eender wie in het leven ploetert ook wordt gevoeld door het publiek voor onze personages en dat men zich anderhalf uur in dit absurde universum waant. Het is niet onze echte wereld, maar het gaat er wel over. In het leven is er geen antwoord of oplossing voor gepieker, gezoek en geploeter. Als onze voorstelling een beetje troost kan bieden doordat men personages ziet die hetzelfde meemaken en toch blijven proberen, dan is dat mooi.”

Ook interessant